Blij dat ik als parlementslid het verschil kan maken
Ik mag me voortaan eregemeenteraadslid van de stad Antwerpen noemen. De stad waardeert daarmee mijn inzet. Dertig jaar lang was ik gemeenteraadslid in Antwerpen en districtsraadslid in Borgerhout. Ik begon in 1994 en nam afscheid in 2024. Ik ben fier op die titel. Omdat ik als lokale bestuurder aardig wat kon meewerken aan het stedelijk beleid en vooral omdat je als gemeenteraadslid dicht bij de mensen bent. Waar ik me als politica nog altijd het best bij voel. Met mensen maak je beleid. Bedankt ook aan Pieter De Cock voor de mooie woorden van erkenning die u hier kan lezen in Het Laatste Nieuws. Ik ben een trotse Antwerpenaar, ik ben een trots eregemeenteraadslid. Bedankt aan alle mensen die me steunden.
Er is een begrotingsakkoord, en dat is goed nieuws. Niet alleen omdat ons land met een besparing van 9,2 miljard euro nu op koers zit om het Europees uitgaventraject te respecteren, maar ook omdat er met het familiekrediet en het meetellen van ziekte voor de pensioenmalus twee zaken zaken inzitten waar ik voor vocht in het parlement.
Op de Dag van de Ondernemer, een super initiatief van Unizo om ondernemers in de bloemetjes te zetten, ging ik op werkbezoek bij de firma Willems-Diels in Balen. Een bedrijf dat gespecialiseerd is in de installatie en verkoop van sanitair en verwarming.
Eerder trokken we met Vrouw & Maatschappij al op kroegentocht om onze campagne rond straatinitimidatie ‘Waar is Angela?’ op poten te zetten. Nu deelden we witte lintjes uit aan het station van Berchem. Want nog te veel vrouwen voelen zich onveilig in de publieke ruimte.
Ik woonde het bezoek bij van Women of the Sun (Palestina) en Women Wage Peace (Israël) in de Senaat.
De RTL-reportage getuigt zowel van een mentaliteitsprobleem ("ik ga niet werken want ik heb genoeg om rond te komen") als van een beleidsprobleem (een beleid van laissez-aller, laissez-passer). Gelukkig wil Arizona misbruiken kordaat aanpakken.
Door de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd - wat voor alle duidelijkheid een goede zaak is - zullen vanaf januari gedurende 1,5 jaar ongeveer 184.000 mensen hun uitkering verliezen. Het spreekt vanzelf dat niet iedereen in die groep zomaar werk zal vinden en dat niet iedereen in die groep hetzelfde probleem heeft. Een oplossing op maat dringt zich dan ook op.
Uit de barometer van de POD Maatschappelijke Integratie bleek dat afgelopen jaar in slechts 54% van de leefloondossiers een GPMI (Geïndividualiseerd Project Maatschappelijke Integratie) werd afgesloten. Dat is een contract dat afgesloten wordt tussen het OCMW en de leefloongerechtigde waarbij men een individueel plan (meestal naar werk) probeert te maken voor die leefloongerechtigde.
Tegen 1 juli 2027 dreigen maar liefst 184.463 mensen hun werkloosheidsuitkering te verliezen. Gelukkig gaan OCMW's daarvoor extra geld krijgen. Toch betekent dit voor lokale besturen nog altijd een stevige uitdaging: er zal meer druk zijn op het leefloonbudget en er zal ook extra personeel nodig zijn om alle aanvragen te behandelen.