Ook voor wie zijn partner verliest, moet werken altijd lonen

Publicatiedatum

Tags

Pensioenen

Auteur

Nahima Lanjri

Deel dit artikel

Wie een partner verliest, kan vandaag rekenen op een overlevingspensioen om het inkomensverlies deels op te vangen. Dat pensioen kan beperkt gecombineerd worden met inkomsten uit arbeid, maar in de praktijk zijn de regels bijzonder streng, vooral voor wie geen kinderen ten laste heeft. Dat zorgt ervoor dat niet of minder werken in sommige gevallen financieel aantrekkelijker wordt dan werken. Dat is onlogisch, want wie werkt, moet daarvoor beloond worden, ook wanneer het inkomen van je partner wegvalt na een overlijden.

Brussel, 22 januari 2026 – Overlevingspensioen of overgangsuitkering

Wie een partner verliest, kan – afhankelijk van zijn/haar leeftijd - vandaag rekenen op een tijdelijke overgangsuitkering of een overlevingspensioen (weduwe- of weduwnaarspensioen) om het inkomensverlies deels op te vangen. Wie 50 jaar of jonger is en zijn partner verliest krijgt een tijdelijke overgangsuitkering die onbeperkt gecombineerd worden met een inkomen uit werk. Dat is 2 jaar voor iemand zonder kinderlast en max 4 jaar voor iemand met kinderen.  

Wie 51 of ouder is krijgt een overlevingspensioen. Dat pensioen kan maar beperkt gecombineerd worden met inkomsten uit arbeid, met strikte cumulatieregels over hoeveel je mag verdienen per jaar. Dat zorgt ervoor dat niet of minder werken in sommige gevallen financieel aantrekkelijker wordt dan werken, bv. voor wie zelf nog geen rustpensioen heeft. Volgens cd&v-Kamerlid en experte Sociale Zaken Nahima Lanjri is dat onlogisch.  “Werken zou altijd moeten lonen, ook als je je partner verliest. Want naast het verlies van je partner, verlies je ook een stuk inkomen. Dat inkomensverlies wordt maar tijdelijk en gedeeltelijk gecompenseerd via de overgangsuitkering of het overlevingspensioen”, aldus Lanjri.

Voor mensen zonder kinderen ten laste gelden vandaag volgende grenzen: maximaal 24.289 euro bruto per jaar. Met andere woorden: je mag niet meer dan 2.024 euro bruto per maand verdienen of je verliest je overlevingspensioen. Voor mensen met kinderen ten laste liggen die grenzen aanzienlijk hoger. Sinds een hervorming in 2022 gelden volgende bedragen: 36.434 euro bruto per jaar met één kind ten laste, + 6.072 euro bruto per extra kind.

Die verhoging in 2022 was een goede en logisch stap, maar blijft volgens Lanjri (cd&v) tot op heden onvolledig: “Voor de hervorming was de kloof tussen wie kinderen heeft en wie kinderloos is, ongeveer 4400 euro per jaar. Nu is de kloof minstens 12 000 euro per jaar, en zelfs meer als je vergelijkt met mensen die 2 of 3 kinderen ten laste hebben.  We willen met dit voorstel die ongelijkheid rechttrekken. Want ook mensen zonder kinderen moeten worden aangemoedigd om actief te blijven op de arbeidsmarkt. Vandaag worden zij financieel afgeremd, dat kan niet de bedoeling zijn”, licht het Kamerlid toe.

In de toekomst zal het overlevingspensioen geleidelijk hervormd worden en op termijn uitdoven en vervangen worden door een overgangsuitkering. Voor de grote groep mensen die al een overlevingspensioen ontvangt, blijven echter bepaalde beperkingen gelden. “Voor die groep mensen is dit voorstel noodzakelijk,” aldus Lanjri. “We moeten ook voor hen de inkomensgrenzen optrekken. Werken moet lonen, ook na het verlies van een partner.”

Administratieve vereenvoudiging

Daarnaast pakt het wetsvoorstel ook een belangrijke administratieve valkuil aan. Het is vandaag zo dat rechthebbenden op een overlevingspensioen die enkel automatisch ontvangen als de partner op het moment van overlijden al gepensioneerd was. Kortom, komt je partner te overlijden en was die op dat moment nog aan het werk, dan krijg je geen automatische verwittiging en moet je zelf een aanvraag indienen om een overlevingspensioen te ontvangen. Volgens Lanjri (cd&v) kan dat beter: "Het verliezen van een partner is voor iedereen zwaar. Het feit of die partner aan het werk was of gepensioneerd, zou geen rol mogen spelen in het al dan niet automatisch ontvangen van het overlevingspensioen. Het is daarom alleen maar menselijk een automatische regeling te voorzien en zo de nabestaanden administratief en emotioneel te ontlasten", besluit Lanjri.

Lees mijn wetsvoorstel

Lees het artikel in De Morgen

Lees het artikel in Knack

Lees het artikel in De Standaard

Nieuws

'Te ziek om te werken', en toch is 1 op 20 aan de slag

Het verouderde systeem van het ziektepensioen voor ambtenaren werd onlangs afgeschaft. Cd&v-Kamerlid Nahima Lanjri pleit al geruime tijd voor die afschaffing en wil ervoor zorgen dat mensen die nog arbeidspotentieel hebben, opnieuw kansen krijgen om aan de slag te gaan zowel in de privé als bij de overheid. Vandaag is het namelijk zo dat die ambtenaren veel te snel aan de kant worden gezet, terwijl ze vaak nog willen én kunnen werken: “Wie nog in staat is om te werken, moet de kans krijgen om dat te doen, ook bij de overheid. Niet noodzakelijk in dezelfde functie, maar wel in een functie die aansluit bij wat ze nog kunnen. Zo zorgen we ervoor dat we geen kostbaar talent verliezen, ook niet bij de overheid.”

Wie op het punt staat uit te vallen, zal straks deeltijds kunnen gaan werken

Werknemers die door ziekte of medische klachten dreigen uit te vallen, moeten de mogelijkheid krijgen om tijdelijk minder te werken zonder meteen volledig uit de arbeidsmarkt te verdwijnen. Dit wil ik mogelijk maken met de arbeidsparticipatietoeslag (APT). Het proefproject met de APT zal op 1 januari 2027 van start gaan. Het wettelijk kader daarvoor wordt na het zomerreces aan de Kamer voorgelegd.

Vier op tien bedrijven faalt in re-integratiebeleid voor langdurig zieken

Vier op de tien Belgische ondernemingen slaagt er niet in om de wetgeving rond de re-integratie van langdurig zieken om te zetten in de praktijk. Ze geven aan dat aangepast werk voorzien in hun organisatie zo goed als onmogelijk is. Dat blijkt uit het verzuimonderzoek van welzijns- en preventiedienst Mensura. Slechts twaalf procent van de bedrijven kan een volwaardig ‘collectief re-integratiebeleid’ voorleggen.