Van werknemers die minder dan een jaar ziek zijn, maakt maar een tiende gebruik van de optie om deeltijds weer te gaan werken. Nochtans ligt daar de sleutel om niet langdurig uit te vallen.
Vorig jaar waren ze al met 576.000, de werknemers die meer dan een jaar afwezig zijn. Tegelijk zijn er nog eens ruim een half miljoen mensen minder dan een jaar (maar meer dan een maand) afwezig op hun werk. Ook zij leven (deels) van een ziekte-uitkering.
De aanpak van het aantal langdurige zieken begint bij die laatste groep: hoe sneller iemand weer contact maakt met de werkvloer, hoe kleiner de kans dat hij of zij definitief afwezig blijft, zo leert de wetenschap.
En daar is ruimte voor verbetering. Zo maakte slechts een op de tien van die groep gebruik van de optie om opnieuw deeltijds te werken. Dat blijkt uit cijfers die cd&v-Kamerlid Nahima Lanjri opvroeg bij minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). Het cijfer bleef van 2022 tot 2024 min of meer stabiel. "Er is dringend een versnelling nodig", vindt Lanjri.
Bij werknemers die langer dan een jaar buiten strijd zijn, liggen de cijfers hoger. In 2024 was ongeveer 20 procent van de langdurig zieken in zo'n traject van progressieve werkhervatting gestapt.
"Het kan nooit de bedoeling zijn om van iemand met pakweg kanker koudweg te verwachten dat hij gaat werken", zegt Lanjri. "Maar er zijn heel wat mensen die na enkele maanden wél al gebaat zijn bij een geleidelijke terugkeer naar het werk."
Ook Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde (KU Leuven) en CEO van preventiedienst Idewe, wijst erop dat de deeltijdse werkhervatting gericht is op een vlotte terugkeer. "Je zou dus die eerste maanden net een hoger percentage verwachten."
Hij ziet dat veel langdurig zieken soms jaren 'blijven hangen' in het systeem van deeltijdse arbeid, aangevuld met een uitkering, vandaar het hogere cijfer in die groep. "Op zich kan dat een oplossing zijn voor die mensen, maar dat is niet waarvoor die progressieve werkhervatting werd uitgedacht."
Het systeem om stap voor stap opnieuw te gaan werken werd al zo'n tien jaar geleden vereenvoudigd door toenmalig minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Anders). Ook haar opvolger Vandenbroucke beschouwt het als een van de sleutels om de afwezigheid door ziekte in ons land terug te dringen.
Sindsdien is de progressieve werkhervatting steeds bekender bij zowel artsen als werkgevers. Toch staan nog lang niet alle bedrijven te springen, zo bleek al eerder uit onderzoek van preventiedienst Mensura. Amper 12 procent van de bedrijven heeft een formeel re-integratiebeleid.
Kmo's
Vooral kmo's worstelen. Iemand deeltijds vervangen in een bedrijfje van pakweg vijftien mensen is veel minder evident dan in een grote organisatie van een paar honderd mensen.
Begin dit jaar werden de regels overigens nog verstrengd. Wanneer iemand langere tijd out is, zijn bedrijven met meer dan twintig werknemers na zes maanden verplicht om een re-integratietraject op te starten. Naast een deeltijdse werkhervatting kan ook de werkomgeving of de werkinhoud worden aangepast.
De zogenoemde 'fitnote' is er nog niet, tot frustratie van Lanjri. Daarin zou de behandelende arts moeten aangeven waartoe de werknemer nog wél in staat is. De logica van het ziektebriefje, waarop staat wat de patiënt vooral niet mag doen, wordt daarbij omgekeerd. "Het blijft gissen wanneer die er komt. Het wordt tijd, de minister heeft dat nu al zo vaak aangekondigd."