De Gezinsbarometer van de Gezinsbond maakt duidelijk hoe zwaar gezinnen het vandaag hebben: 7 op de 10 rekenen op hulp om alles rond te krijgen. Die hulp is er niet altijd. Daarom zijn er maatregelen nodig om gezinnen meer ademruimte te geven, en werk en gezin beter te combineren.
Net daarom hebben wij met CD&V vorig jaar een concreet voorstel ingediend om het familiekrediet in te voeren. Een bundeling van alle verloven voor zorg van een kind tot een rugzakje van 24 maanden per kind, te verdelen onder de ouders en eventueel plusouders, grootouders, en beter betaald dan vandaag.
In het begrotingsakkoord werd alvast een eerste stap gezet, met extra middelen en de aankondiging van een bijkomende week geboorteverlof vanaf 2026, op te nemen door één van beide ouders. Dit perspectief geeft hoop aan gezinnen. Tegelijk merken we vandaag veel onzekerheid. Toekomstige ouders krijgen bij hun werkgever of ziekenfonds te horen dat ze (nog) geen recht hebben op die extra week geboorteverlof. Dat zorgt voor onduidelijkheid en terechte frustratie bij gezinnen.
Aangezien het budget voor het volledige jaar 2026 voorzien is, verwachten ouders, en ook wij als gezinspartij, dat elk kind dat vanaf 1 januari 2026 geboren wordt, recht heeft op die extra week geboorteverlof. Dat vraagt om een retroactieve invoering met voldoende flexibiliteit en dus de mogelijkheid om het nog na het geboorteverlof op te nemen.
Ik heb vandaag in de plenaire vergadering aangedrongen bij minister Simonet (die minister van Werk David Clarinval verving) om zo snel mogelijk werk te maken van die extra week geboorteverlof.