Veel onzekerheid bij jongvolwassenen over pensioenen

Publicatiedatum

Tags

Pensioenen

Auteur

Nahima Lanjri

Deel dit artikel

Een recente studie van pensioenfondsenfederatie Pensioplus bevestigt dat heel wat jonge mensen zich zorgen maken over hun pensioen. 6 op 10 jongvolwassen vrezen later niet te kunnen rondkomen met hun pensioen. Ook bleek uit het onderzoek dat er een groot gebrek aan kennis is bij jonge mensen over het pensioenstelsel en de drie pijlers. Het is cruciaal dat de groep van 18- tot 40-jarigen begrijpt hoe het stelsel werkt en er ook vertrouwen in heeft. Ik drong bij de minister aan op uitgebreide informatiecampagnes over onze pensioenen.

De studie van pensioenenfederatie Pensioplus, Callebaut en Assuralia naar de attitudes en kennis over pensioenen werd afgenomen bij de ruime groep van 18- tot 40-jarigen. Ondanks de vrees om later niet rond te komen met hun pensioen, bleken 60% van de ondervraagden ook aan te geven dat ze nog geen initiatieven hebben genomen voor hun pensioen. Ze doen bijvoorbeeld nog niet aan pensioensparen en hebben vaak ook nog niet stilgestaan bij hun pensioenopbouw.

Een belangrijke oorzaak van de onverschilligheid enerzijds en de vrees niet te kunnen rondkomen anderzijds ligt bij het gebrek aan kennis over het pensioen. Zo heeft 1 op 4 deelnemers aan het onderzoek die al aan het werk zijn, nog nooit gehoord van My Pension. Slechts de helft van de deelnemers die het platform kennen, gebruikt het ook effectief. Ook bleek meer dan de helft van de ondervraagden de tweede en derde pensioenpijler niet te kennen. Jongeren zijn zich er niet van bewust dat carrièrekeuzes altijd een impact hebben op hun pensioenrechten. Dit is problematisch omdat ons pensioenstelsel en bij uitbreiding onze sociale zekerheid gebaseerd is op een principe van solidariteit.

Daarom drong ik er bij de minister van Pensioenen op aan om een omvattende informatiecampagne op te zetten die ons complex pensioensysteem duidelijk en bevattelijk maakt voor een grote groep mensen. Jonge mensen moeten geïnformeerd worden over de volledige pensioenopbouw met de drie pijlers.

 

Ik ben tevreden dat minister Lalieux mijn analyse deelt en wil inzetten op het informeren van de brede bevolking over het pensioenstelsel. De minister van Pensioenen ziet het als haar taak om het vertrouwen van de bevolking in het pensioenstelsel te herstellen. De minister wil de jongeren nauw betrekken bij de globale pensioenhervorming van dit najaar. Daarnaast is ze ook van mening dat er in het onderwijs meer aandacht moet worden besteed aan de toelichting van ons sociaal zekerheidsstelsel.

 

Ik gaf minister Lalieux nog een bijkomende suggestie mee. In Zweden, waar ik met de commissie voor Sociale Zaken een vijftiental jaar geleden op bezoek was, krijgt een werkende jaarlijks een rode envelop in de bus met een berekening van wat men al aan pensioen heeft opgebouwd. Dat werkt heel sensibiliserend, omdat men dan beseft hoeveel er nog nodig is voor een goed pensioen. Misschien kan er ook bij ons jaarlijks een mail gestuurd worden – en waarom geen rode mail – met informatie over wat men aan pensioenrechten heeft opgebouwd. Dat zal zeker de kennis over ons pensioenstelsel bij de actieve bevolking verhogen en dat komt niet alleen de betrokkenen zelf ten goede, maar het is ook in het algemeen belang. De Belgische sociale zekerheid is best wel uniek, we mogen er trots op zijn en het is belangrijk dat mensen daaraan bijdragen, niet alleen omwille van het eigen pensioen, maar ook uit solidariteit met anderen.

Lees hier mijn volledige vraag en het antwoord van de minister (p26).

Nieuws

Beter wegschenken dan weggooien

Op dranken zoals thee, koffie of water geschonken aan voedselbanken moet er belasting betaald worden bij schenking aan bv. voedselbanken. Die producten kunnen ook vernietigd worden waardoor geen accijnzen verschuldigd worden. Gelet op de financiële kost voor de betrokken ondernemingen zullen deze eerder kiezen voor vernietiging dan voor schenking, ondanks de maatschappelijke meerwaarde van het laatste en de verspilling die hiermee gepaard gaat. 

Extra week geboorteverlof moet één jaar opneembaar zijn

De extra week geboorteverlof moet niet alleen gelden voor elk kind geboren sinds 1 januari, ouders moeten ook één jaar de tijd krijgen om die week op te nemen. Dat vroeg ik vandaag in de plenaire zitting van de Kamer. Wat er vandaag op tafel ligt, maakt mij zorgen, want door de laattijdige uitvoering van de maatregel dreigen ouders die begin dit jaar een kindje kregen hun recht gedeeltelijk te verliezen.