Wie na zijn pensioen als actief wil blijven op de arbeidsmarkt, zal vanaf volgend jaar gebruik kunnen maken van een aantrekkelijk gunsttarief. Werken wordt dan 30 tot 40 procent voordeliger dan vandaag. De maatregel werd op 9 juli goedgekeurd in het parlement.
Vandaag kunnen gepensioneerden in veel gevallen al onbeperkt bijverdienen zonder hun pensioen te verliezen. In de praktijk blijkt dat echter vaak weinig interessant omdat het extra inkomen boven op het pensioen wordt belast tegen de gewone progressieve belastingtarieven. Daardoor blijft er netto vaak minder over dan verwacht. Daar komt verandering in. Gepensioneerden die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt of een loopbaan van 45 jaar achter de rug hebben, zullen vanaf 2027 kunnen genieten van een vast belastingtarief van 33 procent op hun loon.
Een concreet voorbeeld toont het verschil. Iemand met een bruto pensioen van 2.500 euro die daarnaast nog 1.000 euro bruto per maand bijverdient als werknemer, houdt onder het nieuwe systeem ongeveer 655 euro netto over. Vandaag is dat ongeveer 515 euro. Dat betekent een stijging van maar liefst 27 procent. Ook wie ervoor kiest om voltijds aan de slag te blijven, wint daarbij. Volgens berekeningen van PwC houdt iemand met een bruto pensioen van 2.500 euro en een bruto loon van 5.000 euro per maand onder het nieuwe systeem, ongeveer 781 euro netto meer over dan vandaag (De Tijd, 10/07/2026).
Deze maatregel geeft gepensioneerden meer keuzevrijheid en zorgt ervoor dat ervaring en talent niet verloren gaan. Heel wat gepensioneerden willen zich blijven inzetten, bijvoorbeeld in scholen, verenigingen, lokale diensten of bedrijven. Het is dan ook logisch dat werken na het pensioen niet wordt ontmoedigd, maar net aantrekkelijker wordt gemaakt.
Ook op werken voor het pensioen worden de belastingen verlaagd. Ontdek hier wat de lastenverlaging voor jou betekent.