Vandaag spreken we over maar liefst 576.643 langdurig zieken, en als we de ambtenaren meerekenen lopen we op tot ongeveer 660.000 mensen. Daarmee behoren we tot de slechtste leerlingen van de Europese klas. Dat is voor mij onaanvaardbaar. De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. We moeten nu echt een versnelling hoger schakelen.
Laat me duidelijk zijn: wie echt ziek is, moet beschermd worden. Daar bestaat geen enkele twijfel over. Maar tegelijk moeten we de misbruiken aanpakken. Wie kan werken maar dat niet wil, ondergraaft het systeem en treft uiteindelijk ook de mensen die wél echt ziek zijn. Dat vertrouwen herstellen is cruciaal.
Voor CD&V ligt de sleutel in gedeelde verantwoordelijkheid. Dit probleem lossen we niet op door met de vinger te wijzen naar één actor. Werkgevers moeten inzetten op preventie en re-integratie, artsen moeten zorgvuldig en consistent oordelen, ziekenfondsen moeten hun rol ernstig nemen, en ook de politiek moet verantwoordelijkheid opnemen.
Het zou te gemakkelijk zijn om de stijging uitsluitend op conto van de ziekenfondsen te schrijven. Tegelijk moeten we durven erkennen dat het beleid tot vandaag onvoldoende resultaat oplevert. Minister Vandenbroucke is al zes jaar bevoegd voor Sociale Zaken en heeft verschillende golven maatregelen genomen. En toch zien we het aantal langdurig zieken blijven stijgen. Dat betekent dat bijkomende inspanningen nodig zijn.
Ik wil ook een belangrijk misverstand uitklaren: wij zijn absoluut geen voorstander van het afbouwen van onze mutualiteiten. Integendeel. Zij zijn een hoeksteen van ons gezondheidszorgsysteem. Wat we absoluut willen vermijden, is een evolutie naar systemen zoals in de Verenigde Staten, waar gezondheidszorg onbetaalbaar kan worden voor gewone mensen. Maar net daarom moeten mutualiteiten ook kritisch naar zichzelf durven kijken en actief meewerken aan oplossingen.
Een van de grote knelpunten vandaag zijn de interpretatieverschillen tussen artsen. We zien verschillen tussen adviserend artsen, artsen van het RIZIV en zelfs de arbeidsrechtbanken. Het is niet ongewoon dat geneeskunde interpretatieverschillen kent, maar de variatie vandaag is te groot. Dat wijst op een probleem in de wetgeving zelf.
De criteria voor arbeidsongeschiktheid zijn vandaag te vaag en laten te veel ruimte voor interpretatie. Begrippen zoals “vermindering van verdienvermogen” sluiten niet altijd aan bij de realiteit van de arbeidsmarkt en botsen met het idee van wat iemand nog wél kan. Dat zorgt voor onzekerheid en ongelijkheid.
Daarom pleit ik voor een duidelijker wettelijk kader met een gedeelde interpretatiebasis voor alle betrokken artsen. Niet om de autonomie van artsen in te perken, maar om te zorgen voor meer consistentie en rechtszekerheid. Want laat het duidelijk zijn: de oplossing ligt niet in het verschuiven van controles van de ziekenfondsen naar de overheid of de private sector. Als de regels onduidelijk blijven, blijft het probleem bestaan.
Daarnaast stel ik vast dat er ook verschillen zijn tussen ziekenfondsen onderling en dat de kwaliteit van dossiers vaak te wensen overlaat. Dat zijn problemen die al langer bekend zijn en die dringend moeten worden aangepakt. Transparantie en kwaliteitsverbetering zijn hier essentieel.
Tegelijk moeten we vooruitkijken. Preventie blijft de beste oplossing. Daarom hebben wij als CD&V het voorstel gedaan voor een arbeidsparticipatietoeslag, die mensen moet ondersteunen om actief te blijven op de arbeidsmarkt. Want voorkomen dat mensen langdurig uitvallen, is altijd beter dan hen nadien moeilijk opnieuw te moeten activeren.
Mijn boodschap is duidelijk: dit probleem vraagt geen slogans of mediacampagnes, maar concrete oplossingen. Het vraagt samenwerking, verantwoordelijkheid en vooral: actie.
Want uiteindelijk gaat het om mensen. Mensen die we moeten beschermen als ze ziek zijn. Maar ook mensen die we moeten ondersteunen om opnieuw duurzaam aan de slag te gaan. Dat is de uitdaging waar we samen voor staan – en waar ik mij elke dag voor blijf inzetten.