Uit de barometer van de POD Maatschappelijke Integratie bleek dat afgelopen jaar in slechts 54% van de leefloondossiers een GPMI (Geïndividualiseerd Project Maatschappelijke Integratie) werd afgesloten. Dat is een contract dat afgesloten wordt tussen het OCMW en de leefloongerechtigde waarbij men een individueel plan (meestal naar werk) probeert te maken voor die leefloongerechtigde.
Blijkbaar is de rapportering nog niet helemaal wat ze zou moeten zijn. De cijfers moeten alvast verder omhoog. Ik vind het GPMI een goed instrument, zolang we het zien als een instrument om mensen te begeleiden en niet als een instrument om ze te bestraffen. Ook in verband met de hervormingen van de werkloosheidsheidsuitkeringen, waar de OCMW's beoordeeld gaan worden op het aantal GPMI's dat ze afsluiten. Wat ik een goed idee vindt, sluit je als OCMW met 80% van de leefloners een GPMI af, dan heb je goed gewerkt en krijg je 15% extra compensatie. Mijn thuisstad, Antwerpen, geeft alvast het goede voorbeeld met 8.867 GPMI's op 10.816 leefloners. Dat komt neer op 82 %.