Nieuwe cijfers uit een onderzoek van het Steunpunt Mens en Samenleving tonen aan dat het aantal gezinnen dat gebruikmaakt van schuldbemiddeling jaar na jaar daalt. Ten opzichte van 2019 is er in 2024 een daling van 13,8%. Die dalende cijfers zouden kunnen doen vermoeden dat er minder nood is aan hulp of dat er minder armoede zou zijn. Dat klopt echter niet volgens het onderzoek.
Dalende cijfers zouden veeleer wijzen op een moeilijkere toegang tot schuldbemiddeling, denk maar aan het stigma dat rust op het vragen van hulp, de stress die gepaard gaat met schulden of de drempels die mensen ondervinden op weg naar schuldbemiddeling. Als de hypothese klopt dat er minder schuldbemiddeling is maar er zeker niet minder gevallen van schulden zijn, dan moeten we ook erkennen dat er veel verdoken armoede is. Armoede die je niet direct ziet in de cijfers maar wel bestaat.
Daarom vroeg ik aan de minister belast met armoedebestrijding Frank Vandenbroucke hoe hij de cijfers van het onderzoek interpreteerde, welke maatregelen hij zal nemen om schuldhulpverlening toegankelijker te maken en of hij werk zal maken van een betere ondersteuning van organisaties zoals vakbonden, ziekenfondsen en juridische partners. Want het is belangrijk dat die diensten voldoende toegankelijk zijn, zowel telefonisch als fysiek.
De minister volgde de conclusie dat er niet ineens minder mensen met schulden zouden zijn. Verder haalde hij aan dat er aan sensibilisering wordt gedaan, maar ik denk dat die breed moet worden opgevat. Zo moeten mensen beter geïnformeerd worden dat zij terechtkunnen bij verschillende instanties voor hulp: niet alleen bij private instanties, maar ook bij het OCMW.
Lees hier het onderzoek van Steunpunt Mens en Samenleving.