Artikel De Tijd: "Ruim 100.000 zelfstandigen in bijberoep krijgen toegang tot aanvullend pensioen"

Publicatiedatum

Auteur

Peter Van Maldegem

Deel dit artikel

Zelfstandigen in bijberoep konden tot voor kort alleen een aanvullend pensioen opbouwen via een fiscaal vriendelijke VAPZ-verzekering als ze voldoende sociale bijdragen betaalden. De regering-De Wever verlaagt die drempel gevoelig, zodat meer dan 100.000 zelfstandigen nog dit jaar toegang krijgen.

Net zoals werknemers een aanvullend pensioen kunnen opbouwen bij hun werkgever, kunnen ook zelfstandigen zonder vennootschap op een fiscaal vriendelijke manier aan pensioensparen doen. Een van de instrumenten is de VAPZ-verzekering (Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen).

De gestorte premies in zo’n verzekering kunnen volledig als beroepskosten worden afgetrokken, waardoor u minder belastingen én sociale bijdragen betaalt. Dankzij de belastingaftrek en de lagere sociale bijdragen kunt u tot 63 procent van de premie recupereren. In het beste geval betaalt u dus amper 37 euro voor elke 100 euro opgebouwd pensioen. Volgens cijfers van Pensionstat.be maken meer dan 550.000 zelfstandigen al gebruik van zo’n verzekering.

Tot voor kort was een VAPZ nauwelijks toegankelijk voor zelfstandigen in bijberoep. Alleen als ze evenveel sociale bijdragen betaalden als een zelfstandige in hoofdberoep, konden ze er gebruik van maken.

Nieuwe wet

Maar via een nieuwe wet, waarvoor het parlement deze zomer het licht op groen zette, zal het VAPZ breder toegankelijk worden. Voortaan zullen zelfstandigen in bijberoep die een jaarinkomen vanaf 1.922,16 euro genieten geld in een VAPZ-verzekering kunnen storten. Uit cijfers die het CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri opvroeg, blijkt dat naar schatting 101.644 zelfstandigen in bijberoep binnen de inkomensvoorwaarden van de nieuwe regeling vallen. Dat cijfer is gebaseerd op de inkomensverdeling van zelfstandigen tussen 2022 en 2024 en op de gemiddelde groei van het aantal zelfstandigen in bijberoep. ‘Naar schatting zal een op de twee effectief gebruikmaken van die mogelijkheid’, verwacht Lanjri.

Volgens Lanjri is de nieuwe regel vooral goed nieuws voor mensen die in hun hoofdberoep geen aanvullend pensioen kunnen opbouwen. ‘Het is ook een belangrijke stap naar een sterker en eerlijker sociaal statuut voor zelfstandigen in bijberoep’, zegt ze.

De nieuwe wet moet wel nog gepubliceerd worden in het Staatsblad, maar dat wordt de komende weken verwacht. De maatregel zal retroactief in werking treden vanaf 1 januari 2026, zodat u al dit jaar probleemloos van het fiscaal voordeel kunt genieten.

Nieuw voor alle VAPZ-genieters is dat er voortaan meer gestort kan worden. Vandaag kunnen zelfstandigen 8,17 procent van hun referentie-inkomen storten in een VAPZ-verzekering. Na de publicatie van de wet stijgt dat naar 8,50 procent met een maximum van 4.251,39 euro. Voor een sociaal VAPZ, dat ook sociale waarborgen bevat zoals dekking bij arbeidsongeschiktheid, stijgt de bijdrage van 9,40 procent naar 9,78 procent, met een bovengrens van 4.891,60 euro.

Rendement

Het fiscaal voordeel van VAPZ-producten mag dan wel onmiskenbaar zijn, het risico is wel dat u weinig aandacht hebt voor het rendement dat de producten opleveren. De gemiddelde rendementen op VAPZ-verzekeringen bedroegen het voorbije jaar 2 à 3 procent. Dat die producten minder opbrengen dan een belegging op de beurs heeft te maken met de specifieke structuur die VAPZ-verzekeringen moeten volgen.

De aanbieders van VAPZ-producten zijn verplicht om minstens alle gestorte bedragen te waarborgen, ongeacht de evolutie op de financiële markten. Die verplichte kapitaalgarantie verklaart waarom de producten vooral via spaarverzekeringen (tak 21) georganiseerd worden. Die bieden een gegarandeerd rendement dat jaarlijks kan worden aangevuld met een winstdeelname.

Maar omdat de garantie niet jaarlijks, maar op pensioenleeftijd moet worden nagekomen, bieden steeds meer verzekeraars hybride formules aan, waarbij zeker op jonge leeftijd een deel in een tak 23-aandelenfonds wordt gestort.

Vivium, een merk van de P&V Groep, was de eerste verzekeraar die in 2023 met een dergelijke hybride formule naar de markt kwam. Intussen bieden ook andere verzekeraars, zoals Baloise en KBC, dit aan. Door de combinatie van tak 21 en tak 23 boden die formules de voorbije jaren een (iets) hoger rendement dan zuivere tak 21-formules.

Amonis

Maar de hoogste rendementen in het VAPZ werden de voorbije jaren steevast geboden door Amonis, een pensioenfonds dat dezelfde sociale wetgeving als de verzekeraars volgt en waarbij ook zelfstandigen die aan de VAPZ-voorwaarden voldoen kunnen aansluiten. Amonis garandeert het kapitaal via een jaarlijkse basisinterest, die qua principe vergelijkbaar is met het gegarandeerde rendement van tak 21-verzekeringen. Die wordt dan aangevuld met een winstdeelname. In 2025 bood Amonis op VAPZ-contracten een nettorendement van 6,4 procent.

Naast het rendement zijn ook de kosten belangrijk. Een studie van de beurswaakhond FSMA toonde in 2024 aan dat de kosten van aanvullende pensioenen fors kunnen oplopen. Op basis van cijfers van 2020 bedroegen de gewogen gemiddelde instapkosten voor een VAPZ-verzekering 3,82 procent. Dat betekent dat van elke 100 euro die u spaart er slechts een goede 96 euro in uw aanvullend pensioen terechtkomt. Onderhandelen met uw makelaar over de instapkosten is een absolute must.

Nieuws

Cd&v wil blijven inzetten op familiekrediet

In een maatschappij waarin meer en meer families bestaan uit twee voltijds werkende ouders, komen gezinnen onder druk te staan om werk, zorg en huishouden te combineren. Ik wil daarom versneld werk maken van het familiekrediet. Want een ziek kind zou geen extra bron van stress mogen zijn omdat je als ouder moet kiezen tussen je job en je kind.

'Te ziek om te werken', en toch is 1 op 20 aan de slag

Het verouderde systeem van het ziektepensioen voor ambtenaren werd onlangs afgeschaft. Cd&v-Kamerlid Nahima Lanjri pleit al geruime tijd voor die afschaffing en wil ervoor zorgen dat mensen die nog arbeidspotentieel hebben, opnieuw kansen krijgen om aan de slag te gaan zowel in de privé als bij de overheid. Vandaag is het namelijk zo dat die ambtenaren veel te snel aan de kant worden gezet, terwijl ze vaak nog willen én kunnen werken: “Wie nog in staat is om te werken, moet de kans krijgen om dat te doen, ook bij de overheid. Niet noodzakelijk in dezelfde functie, maar wel in een functie die aansluit bij wat ze nog kunnen. Zo zorgen we ervoor dat we geen kostbaar talent verliezen, ook niet bij de overheid.”

Wie op het punt staat uit te vallen, zal straks deeltijds kunnen gaan werken

Werknemers die door ziekte of medische klachten dreigen uit te vallen, moeten de mogelijkheid krijgen om tijdelijk minder te werken zonder meteen volledig uit de arbeidsmarkt te verdwijnen. Dit wil ik mogelijk maken met de arbeidsparticipatietoeslag (APT). Het proefproject met de APT zal op 1 januari 2027 van start gaan. Het wettelijk kader daarvoor wordt na het zomerreces aan de Kamer voorgelegd.