Maar via een nieuwe wet, waarvoor het parlement deze zomer het licht op groen zette, zal het VAPZ breder toegankelijk worden. Voortaan zullen zelfstandigen in bijberoep die een jaarinkomen vanaf 1.922,16 euro genieten geld in een VAPZ-verzekering kunnen storten. Uit cijfers die het CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri opvroeg, blijkt dat naar schatting 101.644 zelfstandigen in bijberoep binnen de inkomensvoorwaarden van de nieuwe regeling vallen. Dat cijfer is gebaseerd op de inkomensverdeling van zelfstandigen tussen 2022 en 2024 en op de gemiddelde groei van het aantal zelfstandigen in bijberoep. ‘Naar schatting zal een op de twee effectief gebruikmaken van die mogelijkheid’, verwacht Lanjri.
Volgens Lanjri is de nieuwe regel vooral goed nieuws voor mensen die in hun hoofdberoep geen aanvullend pensioen kunnen opbouwen. ‘Het is ook een belangrijke stap naar een sterker en eerlijker sociaal statuut voor zelfstandigen in bijberoep’, zegt ze.
De nieuwe wet moet wel nog gepubliceerd worden in het Staatsblad, maar dat wordt de komende weken verwacht. De maatregel zal retroactief in werking treden vanaf 1 januari 2026, zodat u al dit jaar probleemloos van het fiscaal voordeel kunt genieten.
Nieuw voor alle VAPZ-genieters is dat er voortaan meer gestort kan worden. Vandaag kunnen zelfstandigen 8,17 procent van hun referentie-inkomen storten in een VAPZ-verzekering. Na de publicatie van de wet stijgt dat naar 8,50 procent met een maximum van 4.251,39 euro. Voor een sociaal VAPZ, dat ook sociale waarborgen bevat zoals dekking bij arbeidsongeschiktheid, stijgt de bijdrage van 9,40 procent naar 9,78 procent, met een bovengrens van 4.891,60 euro.
Rendement
Het fiscaal voordeel van VAPZ-producten mag dan wel onmiskenbaar zijn, het risico is wel dat u weinig aandacht hebt voor het rendement dat de producten opleveren. De gemiddelde rendementen op VAPZ-verzekeringen bedroegen het voorbije jaar 2 à 3 procent. Dat die producten minder opbrengen dan een belegging op de beurs heeft te maken met de specifieke structuur die VAPZ-verzekeringen moeten volgen.
De aanbieders van VAPZ-producten zijn verplicht om minstens alle gestorte bedragen te waarborgen, ongeacht de evolutie op de financiële markten. Die verplichte kapitaalgarantie verklaart waarom de producten vooral via spaarverzekeringen (tak 21) georganiseerd worden. Die bieden een gegarandeerd rendement dat jaarlijks kan worden aangevuld met een winstdeelname.
Maar omdat de garantie niet jaarlijks, maar op pensioenleeftijd moet worden nagekomen, bieden steeds meer verzekeraars hybride formules aan, waarbij zeker op jonge leeftijd een deel in een tak 23-aandelenfonds wordt gestort.
Vivium, een merk van de P&V Groep, was de eerste verzekeraar die in 2023 met een dergelijke hybride formule naar de markt kwam. Intussen bieden ook andere verzekeraars, zoals Baloise en KBC, dit aan. Door de combinatie van tak 21 en tak 23 boden die formules de voorbije jaren een (iets) hoger rendement dan zuivere tak 21-formules.
Amonis
Maar de hoogste rendementen in het VAPZ werden de voorbije jaren steevast geboden door Amonis, een pensioenfonds dat dezelfde sociale wetgeving als de verzekeraars volgt en waarbij ook zelfstandigen die aan de VAPZ-voorwaarden voldoen kunnen aansluiten. Amonis garandeert het kapitaal via een jaarlijkse basisinterest, die qua principe vergelijkbaar is met het gegarandeerde rendement van tak 21-verzekeringen. Die wordt dan aangevuld met een winstdeelname. In 2025 bood Amonis op VAPZ-contracten een nettorendement van 6,4 procent.
Naast het rendement zijn ook de kosten belangrijk. Een studie van de beurswaakhond FSMA toonde in 2024 aan dat de kosten van aanvullende pensioenen fors kunnen oplopen. Op basis van cijfers van 2020 bedroegen de gewogen gemiddelde instapkosten voor een VAPZ-verzekering 3,82 procent. Dat betekent dat van elke 100 euro die u spaart er slechts een goede 96 euro in uw aanvullend pensioen terechtkomt. Onderhandelen met uw makelaar over de instapkosten is een absolute must.