Het verouderde systeem van het ziektepensioen voor ambtenaren werd onlangs afgeschaft. Cd&v-Kamerlid Nahima Lanjri pleit al geruime tijd voor die afschaffing en wil ervoor zorgen dat mensen die nog arbeidspotentieel hebben, opnieuw kansen krijgen om aan de slag te gaan zowel in de privé als bij de overheid. Vandaag is het namelijk zo dat die ambtenaren veel te snel aan de kant worden gezet, terwijl ze vaak nog willen én kunnen werken: “Wie nog in staat is om te werken, moet de kans krijgen om dat te doen, ook bij de overheid. Niet noodzakelijk in dezelfde functie, maar wel in een functie die aansluit bij wat ze nog kunnen. Zo zorgen we ervoor dat we geen kostbaar talent verliezen, ook niet bij de overheid.”
Momenteel zijn er zo’n 87.000 ambtenaren die om medische redenen op pensioen werden gesteld. Het gaat soms om zeer jonge mensen, die op het moment van hun pensionering amper 25 jaar oud zijn. Zij moesten, na op ziektepensioen gezet te worden, zien rond te komen met een beperkt inkomen.
Tot voor kort konden ambtenaren niet terugvallen op een ziekteverzekering zoals die bestaat voor werknemers en zelfstandigen. Ambtenaren hadden recht op 21 ziektedagen per jaar, die gedeeltelijk konden worden opgespaard. Wanneer zij ziek waren, konden ze deze ziektedagen opnemen. Zodra het opgebouwde aantal ziektedagen was opgebruikt en de controlearts oordeelde dat iemand op dat moment niet meer kon werken, werd die persoon echter onherroepelijk op ziektepensioen gesteld. Daarom pleit Lanjri al sinds de vorige legislatuur voor de afschaffing van dit oubollige systeem. Ze diende daarvoor ook een resolutie (LINK) in.
Die afschaffing werd opgenomen in het regeerakkoord van de huidige regering. Sinds 1 juni van dit jaar kunnen geen nieuwe ambtenaren meer op ziektepensioen gezet worden. Zieke ambtenaren krijgen voortaan, net als in de privé, een ziekte-uitkering met het oog op een terugkeer naar de werkvloer voor wie genezen is of deels terug aan de slag kan. Die re-integratie moet zo vlot mogelijk verlopen en daarvoor zijn er nu 41 federale gespecialiseerde coaches die een geleidelijke terugkeer naar het werk zullen begeleiden. Vanaf volgend jaar zal het ook niet meer mogelijk zijn om nog ziektedagen op te sparen.
“Het is goed dat we eindelijk komaf gemaakt hebben met het ziektepensioen en dit vervangen door een gelijkaardig systeem van ziekteverzekering zoals dat bestaat in de privé. Wie ziek is, is ziek en moet op dat moment kunnen terugvallen op een ziekte-uitkering. Wie het geluk heeft om niet of weinig ziek te worden, zou geen potje mogen opsparen om dan vroeger met pensioen te gaan. Dat systeem bestaat trouwens enkel voor ambtenaren. Goed dat ook dat binnenkort verdwijnt. Het is ook goed dat we met deze regering sterk willen inzetten op een maximale re-integratie naar werk na genezing, voor iedereen” aldus Lanjri (cd&v). “Maar, helaas hebben ambtenaren die nu al in het systeem van het definitief ziektepensioen zitten geen uitzicht op re-integratie en ook geen verdere opbouw van pensioenrechten”, gaat ze verder. Lanjri wil dat rechtzetten: “Iemand die al met ziektepensioen is, maar nog kan en wil werken, en m.a.w. nog arbeidspotentieel heeft, moet ook de kans krijgen om terug aan de slag te gaan, ook bij de overheid. Daarom niet per se in dezelfde functie of bij dezelfde dienst. Het belangrijkste is dat hun talent niet verloren gaat. Dus moeten we ook nagaan wie van de ruim 87.000 mensen die nu definitief in het ziektepensioen zitten, nog kan en wil werken. Daarom moeten we inzetten op het informeren van de mogelijkheden én op het concreet begeleiden van die groep die aangeeft nog terug aan de slag te willen gaan.”, aldus Lanjri. “Nu zien we dat deze mensen soms wel aan de slag gaan in de privésector of als zelfstandige, maar amper bij de overheid.”
1 op 20 combineert ziektepensioen met job
Uit cijfers die federaal parlementslid Nahima Lanjri opvroeg blijkt namelijk dat 1 op de 20 ambtenaren die een ziektepensioen ontvangen, dat vandaag combineert met een andere job. Een deel van de ambtenaren die vandaag een ziektepensioen ontvangen, blijkt m.a.w. nog voldoende arbeidspotentieel te hebben om te werken. In 2025 combineerde 1 op de 20 ambtenaren met een ziektepensioen zijn of haar uitkering met een job. Voor cd&v-Kamerlid Nahima Lanjri toont dat aan dat het oude systeem te weinig kansen bood op re-integratie en mensen te snel definitief uit de arbeidsmarkt duwde. "De cijfers tonen aan dat het systeem van het medisch pensioen veel te weinig inzette op re-integratie, waardoor er kostbaar talent verloren ging. Dat is een heel jammere zaak. Bovendien zijn er naast de mensen die terug gedeeltelijk aan de slag gaan en een inkomen uit arbeid combineren met hun ziektepensioen, ook een groep mensen die uiteindelijk volledig verzaken aan het ziektepensioen om – na genezing - terug volop te kunnen gaan werken”, licht Lanjri (cd&v) toe. Ze verwijst naar een recente getuigenis waarbij Yentl M. op haar 24e na een opleiding aan de slag zou gaan bij de personeelsdienst van Defensie, een zware enkelbreuk opliep en op ziektepensioen werd gezet. “Het gaat om een inkomen van twee keer niks en bovendien het gevoel aan de kant geschoven te zijn, terwijl je eigenlijk nog kan en wil werken. Dat is voor velen pijnlijk, zeker voor jonge mensen. Yentl heeft dan ook zelf het ziektepensioen verzaakt en is aan de slag gegaan bij een personeelsdienst in de private sector. Dat is een verlies geweest voor Defensie, en enkel en alleen omwille van het verouderd systeem. Daarom pleiten we ervoor om ook die optie om terug bij de overheid te starten, eventueel in een andere functie, mogelijk te maken.”
Uit die cijfers blijkt dat in 2025, 1 op de 20 ambtenaren het ziektepensioen combineerde met werk, waarvan een groot deel als zelfstandige (36,82%), een aanzienlijk deel als flexi-jobber (34,67%) en een derde als werknemer (32,08%). Opvallend: slechts 4,31% ging aan de slag als ambtenaar. Zo’n 8% van de mensen combineerde jobs binnen verschillende statuten.* Lanjri licht toe: “We stellen vast dat mensen toch nog arbeidspotentieel hadden en in staat waren te re-integreren naar werk. Je zou kunnen zeggen dat de overheid mensen te snel en vaak onterecht afwees. Dat is problematisch, maar vooral een les om te trekken. We moeten nu volledig inzetten op die re-integratie en ervoor zorgen dat niemand aan de kant wordt gezet. Want dat is niet enkel een persoonlijk drama, maar is ook een groot verlies voor de samenleving.”
Voor Lanjri is re-integratie een gedeelde verantwoordelijkheid: ambtenaren moeten bereid zijn om terug aan de slag te gaan, leidinggevenden moeten effectief inspanningen leveren om de re-integratie mogelijk te maken door aangepast werk of door aanpassingen op de werkvloer te voorzien en overheidswerkgevers moeten bereid zijn om deze mensen terug in hun organisatie te re-integreren. Lanjri pleit ervoor om dit niet al te vrijblijvend te houden. “De ambtenaar draagt verantwoordelijkheid, maar uiteraard ook de leidinggevenden. Ook zij moeten worden geresponsabiliseerd. Zij moeten effectief inspanningen leveren om de re-integratie mogelijk te maken. Ze moeten aangesproken en afgerekend worden op hun inspanningen om werk te maken van de re-integratie, dit kan meegenomen worden in de evaluatie. Men kan immers niet alle verantwoordelijkheid alleen bij de zieke ambtenaar leggen als die bijvoorbeeld nood heeft aan aangepast werk of aanpassingen om zijn werk opnieuw te kunnen doen. Dat kunnen tijdelijke of definitieve aanpassingen zijn omdat hij bv. een blijvende handicap heeft.”
Wie een ziektepensioen combineert met werk, moet wel rekening houden met de toegelaten inkomensgrens van €30.132 bruto/jaar als werknemer en €24.105 netto/jaar als zelfstandige (zonder kinderen ten laste). Wie een laag ziektepensioen heeft, krijgt een extra supplement, maar zij mogen dan weer slechts 10.432 euro per jaar bijverdienen. Een deel van de mensen combineert dit beperkte beroepsinkomen met een ziektepensioen, een ander deel geeft zijn ziektepensioen op om meer te kunnen werken. Zoals dit het geval was voor leerkracht Caroline, die eerder getuigde in de pers dat ze vijftien jaar geleden als kersverse moeder van vier kinderen op ziektepensioen werd gezet met een uitkering van €150 per maand. Ondertussen is Caroline wel weer aan de slag in het onderwijs in een andere functie, wat volgens Lanjri aantoont dat dit ziektepensioen helemaal niet had gehoeven indien de overheid van in het begin mee naar alternatieven had gezocht.
* Het totale percentage komt hiermee op 107,88% omdat sommige mensen ook in verschillende statuten aan de slag gingen.
Lees hier het artikel in HLN.
Lees hier het artikel in Nieuwsblad.