Vaderschapsverlof zou niet meetellen voor wie vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen wil, na een lange loopbaan. De Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen waarschuwt dat dit een schending is van een Europese richtlijn. “Deze discriminatie moet worden rechtgezet”, zegt Nahima Lanjri, Kamerlid van regeringspartij CD&V.
Vandaag, dinsdag, wordt er een debat geopend over de pensioenhervorming in de parlementaire commissie Pensioenen. Die hervorming blijft de wettelijke pensioenleeftijd houden op 67 jaar (vanaf 2030), maar zal met een bonus en malus ook vervroegd pensioen regelen. Een bijzondere maatregel zou het mogelijk maken om al vanaf 60 jaar met vervroegd pensioen te gaan, maar dan moet de betrokken persoon wel een zeer lange loopbaan kunnen voorleggen, van 42 loopbaanjaren van minstens 234 dagen. Vaders of meemoeders die geboorteverlof nemen, zouden voor die specifieke vorm van vervroegd pensioen die dagen niet kunnen laten meetellen – en riskeren dus het jaar waarin ze een kind kregen te verliezen voor de berekening en dus niet met dat vervroegd pensioen te kunnen gaan. Regeringspartijen CD&V en Vooruit gaven al aan het daar niet mee eens te zijn.
Zij krijgen nu extra munitie met een brief van de Raad van de Gelijke Kansen voor Mannen en Vrouwen, gericht aan minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) en minister van Gelijke Kansen Rob Beenders (Vooruit). Volgens dit adviesorgaan is de maatregel een schending van een Europese richtlijn uit 2019, die gaat over het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders.
Een van de belangrijkste doelstellingen van die richtlijn is een evenwichtigere verdeling van de opvoedingstaken tussen beide ouders. Onder de hoofding ‘discriminatie’ verplicht artikel 11 van die richtlijn de lidstaten ertoe om te maken “dat het opnemen van het verlof niet leidt tot een minder gunstige behandeling van de betrokkenen”. “Indien het geboorteverlof niet gelijkgesteld wordt met werkdagen met het oog op de toegang tot vervroegd pensioen”, zo schrijft de Raad, “dan zal België rechtstreeks in strijd handelen met de doelstellingen van de EU-richtlijn.”
Geen keuze
Het kabinet van minister Jambon voerde aan dat het vaderschapsverlof niet hoefde mee te tellen, omdat dit verlof niet verplicht is in België. De Raad gaat daar niet in mee. “De opmerking dat het vaderschapsverlof momenteel facultatief is, lijkt niet relevant, aangezien deze berust op de volgende impliciete redenering: als de vader of meeouder gebruik wil maken van het door de richtlijn gewaarborgde recht, moet hij of zij accepteren dat dit nadelige gevolgen heeft die hem of haar daarvan zullen weerhouden.”
Alvast CD&V-parlementslid Nahima Lanjri heeft een amendement klaar om dit probleem te verhelpen. “Zowel mannen als vrouwen hebben een rol in de zorgtaken en dus mogen mannen die zorgtaken opnemen niet afgestraft worden in hun pensioen”, zegt Lanjri.
Als het amendement er niet doorkomt, kan het ook altijd nog via een wetsvoorstel. “Vroeg of laat zal deze discriminatie rechtgezet moeten worden”, benadrukt Lanjri. “Dit zal niet passeren bij het Grondwettelijk Hof en druist in tegen Europese richtlijnen. Maar zelfs los daarvan is het voor iedereen duidelijk dat dit discriminatie is. Onze samenleving evolueert; mannen nemen gelukkig meer zorgtaken op. Het zou een totaal verkeerd signaal zijn als je hen daarvoor afstraft in hun pensioen. Dit gaat in tegen de samenleving die we willen bereiken.”