De provincie Antwerpen wordt in de Kamer vertegenwoordigd door 24 parlementsleden van zeven partijen. Ze komen uit alle hoeken van de provincie. Wie zijn ze? Wat doen ze? En welke macht hebben ze om voor de belangen van de Antwerpenaar op te komen?
Van alle huidige Antwerpse parlementsleden heeft Nahima Lanjri de langste staat van dienst. Ze werd verkozen in 2003 en zit sindsdien in het parlement, waarvan vier jaar in de Senaat. Ze moet niet lang nadenken over wat er in die 23 jaar veranderd is in de Kamer: “De sociale media hebben een enorme impact op onze manier van werken.”
“Ik stoor me eraan dat collega’s in de commissies tussenkomsten doen, alleen maar met het oog op een straf filmpje op Instagram of TikTok. De sociale media zijn goed om aan het publiek te vertellen waarmee je bezig bent of om uit te leggen wat er beslist wordt, maar veel collega’s posten gewoon dingen om te scoren.” Die sociale media hebben ook een versnelling teweeggebracht. “Je wordt geacht op alles te reageren, en liefst zo snel mogelijk. Daar doe ik niet aan mee. Als ik iets interessants zie passeren, zal ik er ook iets over posten, maar het inhoudelijke gaat altijd voor.”
Lanjri is vooral actief in sociale zaken. Een beter pensioen voor onthaalouders, een verlenging van de zwangerschapsrust, ouderschapsverlof voor pleegouders, een langer rouwverlof, een beter statuut voor de mantelzorgers… Het zijn allemaal dingen waarover ze zelf wetsvoorstellen heeft gedaan, of waarop ze ministers heeft aangesproken.
“Het geeft veel voldoening als je zaken geregeld krijgt”, zegt ze. “Het kan jaren duren eer je wetsvoorstel ook echt wet wordt. Maar als dan bijvoorbeeld de mantelzorgers me bedanken, dan denk ik: ik heb de wereld niet veranderd, maar ik heb iets voor die mensen gedaan, en zo voor de hele samenleving.”
Natuurlijk is ze weleens gefrustreerd. “Mijn wetsvoorstel voor de mantelzorgers was aan het einde van de vorige legislatuur helemaal klaar, maar zo vlak voor de verkiezingen gunnen ze je geen succes meer. Dat vind ik echt erg.” Haar wetsvoorstel om het rouwverlof uit te breiden van drie naar tien dagen deed er zestien jaar over, maar uiteindelijk werd het tijdens de vorige legislatuur aangenomen.
“Het is van groot belang dat je je als Kamerlid niet opsluit in je ivoren toren”, zegt ze. “Dat heb ik nog van Wivina Demeester geleerd toen ik op haar kabinet werkte. Ik maak veel tijd vrij om met organisaties en belangenverenigingen te praten, met SAAMO, de Gezinsbond, de vakbond… Ik bezoek ook verenigingen en organisaties, ik nodig jongeren uit in het parlement… De drukste dagen hier zijn dinsdag, woensdag en donderdag. Dan zijn de commissies en de plenaire zitting. Maar op maandag en vrijdag heb ik tijd om voeling te houden met de samenleving en met mensen en verenigingen te praten.”