Antwoorden ministers Beenders en Vandenbroucke

Antwoord minister van Personen met een handicap Rob Beenders:

Dank u wel voor uw heel terechte vraag, mevrouw Lanjri. Ik moet niet kaderen dat deze problematiek voortvloeit uit de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd.

Bij de start van die hervorming heb ik samen met minister Vandenbroucke gestreden voor een uitzondering voor de niet-toeleidbaren, volgens de RVA uiteraard. Op dit moment is er een uitzondering bekomen voor de niet-toeleidbaren die een beschermingsuitkering krijgen. Dat gaat over een heel specifieke groep van ongeveer 2.000 mensen. De uitzondering is voorzien in afwachting van de oprichting van een nieuw specifiek stelsel, dat ontwikkeld zal worden tegen 2028. Samen met minister Vandenbroucke bekijken we nu hoe we die nieuwe oplossing verder kunnen uitwerken.

Uiteraard is er echter een veel grotere groep niet-toeleidbare personen die het moeilijk hebben om duurzaam aan het werk te gaan. U hebt dat al beschreven. Het gaat vooral over personen die recht hebben op een werkloosheidsuitkering en die na een periode van tewerkstelling moeilijkheden ondervinden door een handicap, medische of psychosociale problemen. Het gaat om ongeveer 10.000 mensen, die vaak in specifieke begeleidingstrajecten binnen een bevoegde arbeidsbemiddelingsdienst zitten. We horen inderdaad dat deze groep het erg lastig heeft en in de problemen dreigt te geraken als ze hun werkloosheidsuitkering zullen verliezen. Onlangs hebben we de regionale overheden gehoord via de interministeriële conferentie Werk en hebben we met verschillende belangen- en gebruikersorganisaties gesproken.

Samen met minister Vandenbroucke hebben we deze problematiek opnieuw op tafel gelegd binnen de regering in het kader van de lopende begrotingsbesprekingen. Ik deel uw bezorgdheid over deze doelgroep. Wij hebben voorgesteld om de beschermingsuitkering uit te breiden tot de volledige groep niet-toeleidbaren. Dat betekent dat die groep beschermd blijft tot 2028, totdat er een nieuwe oplossing beschikbaar is.

Dat voorstel ligt momenteel op tafel in de regering en wordt uiteraard eensgezind door mijn partij gesteund. Minister Clarinval, bevoegd voor Werk, moet echter nog akkoord gaan met het voorstel en die onderhandelingen zijn nog lopende. Indien het voorstel om die mensen toch nog twee jaar in een beschermingsstatuut te houden, niet wordt aanvaard, dreigen zij naar het OCMW af te glijden of naar een arbeidsongeschiktheidsverzekering te moeten gaan. Afhankelijk van hun problematiek kunnen we hen wellicht opvangen bij de DG Personen met een Handicap. Op dit moment is het echter heel moeilijk in te schatten hoeveel mensen exact naar een bepaald systeem kunnen worden gestuurd om een structurele oplossing te bieden. De RVA heeft daar nog geen inschatting van gemaakt.

Ik hoop dat de regering ons voorstel volgt en dat we nog twee jaar extra tijd krijgen om voor deze mensen de juiste oplossing te vinden. Ik doe ook een oproep aan uw partij om ons voorstel te steunen en tijd te winnen om deze groep specifiek de juiste oplossing te bieden.

Antwoord minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke

Collega's, mevrouw Lanjri heeft een heel belangrijk en gevoelig punt aangeraakt, met name de niet-toeleidbaren – een beetje een lelijk woord. Dat is, mevrouw Lanjri, nog niet helemaal uitgeklaard in de regering, maar ik wens absoluut dat we daar een oplossing voor vinden. We proberen daar ook vooruitgang te boeken met mijn collega Rob Beenders, die verantwoordelijk is voor personen met een handicap.