Vooruitgang vraagt visie én daadkracht: mijn pleidooi voor Housing First en sterke OCMW’s

Publicatiedatum

Auteur

Nahima Lanjri

Deel dit artikel

Als Kamerlid en pleitbezorger van sociale rechtvaardigheid blijf ik me inzetten voor een samenleving waarin niemand uit de boot valt. Twee actuele dossiers baren me grote zorgen: de aanpak van dakloosheid en de geplande beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Beide raken de meest kwetsbaren in onze samenleving en vragen om doordacht beleid, geen besparingslogica.

Housing First: een bewezen model dat structurele steun verdient

In 2021 engageerde België zich via de Verklaring van Lissabon om dakloosheid tegen 2030 structureel aan te pakken. Een cruciale hefboom hierin is het Housing First-model. Dit model vertrekt vanuit een eenvoudige maar krachtige visie: geef mensen eerst een stabiele woning, en werk van daaruit aan hun verdere integratie.

De cijfers spreken voor zich: in 2024 waren er 47 Housing First-projecten in België, goed voor meer dan 2.220 mensen die opnieuw stabiliteit vonden. Ook gezinnen met kinderen worden ondersteund. Toch blijft het stil in de beleidsverklaring van de minister over dit thema. Dat is onbegrijpelijk.

Ik stelde hierover vragen aan minister Van Bossuyt. Zij erkent de waarde van Housing First, maar verschuilt zich achter bevoegdheidskwesties. Volgens haar is dit een gemeenschapsmaterie en dus geen federale verantwoordelijkheid. Maar dakloosheid stopt niet aan de taalgrens, het geldt voor het hele land. Als federale overheid hebben we een morele én politieke plicht om dit model te blijven ondersteunen. Ik roep de minister dan ook op om het overleg met de gemeenschappen niet alleen op te starten, maar ook te leiden met ambitie.

Beperking werkloosheidsuitkering: OCMW’s dreigen te bezwijken

De plannen om werkloosheidsuitkeringen in de tijd te beperken, zullen onvermijdelijk leiden tot een grotere instroom bij de OCMW’s. Die staan nu al onder druk. In de grote steden blijft één op vier vacatures voor maatschappelijk werkers open. Toch lijkt het beleid vooral te rekenen op “meer doen met minder”.

Ik stelde de minister concrete vragen: hoe gaan we het tekort aan maatschappelijk werkers aanpakken? Wat als we die mensen simpelweg niet vinden? Hoe garanderen we dat cliënten niet aan hun lot worden overgelaten?

De antwoorden blijven vaag. Er komt een aanpassing van het KB over diplomavoorwaarden, zodat gewesten flexibeler kunnen aanwerven. Dat is een stap vooruit, maar onvoldoende. Ook de automatisering van administratieve processen wordt te voorzichtig benaderd. Onderzoek toont aan dat bijna de helft van de leefloonaanvragen automatisch zou kunnen worden verwerkt via de Kruispuntbank. Dat zou maatschappelijk werkers de ruimte geven om te doen waar ze voor opgeleid zijn: mensen begeleiden.

Mijn oproep: investeer in mensen, niet in besparingen

Sociale integratie vraagt meer dan goede intenties. Het vraagt investeringen, samenwerking en politieke moed. Housing First moet structureel verankerd worden, met duidelijke federale steun. OCMW’s moeten versterkt worden, niet uitgehold. En maatschappelijk werkers verdienen waardering, geen overbelasting.

Ik blijf deze dossiers van nabij opvolgen en zal blijven pleiten voor een sociaal beleid dat niemand achterlaat.

Nieuws

Ook voor wie zijn partner verliest, moet werken altijd lonen

Wie een partner verliest, kan vandaag rekenen op een overlevingspensioen om het inkomensverlies deels op te vangen. Dat pensioen kan beperkt gecombineerd worden met inkomsten uit arbeid, maar in de praktijk zijn de regels bijzonder streng, vooral voor wie geen kinderen ten laste heeft. Dat zorgt ervoor dat niet of minder werken in sommige gevallen financieel aantrekkelijker wordt dan werken. Dat is onlogisch, want wie werkt, moet daarvoor beloond worden, ook wanneer het inkomen van je partner wegvalt na een overlijden. Een systeem waarin minder werken of stoppen interessanter wordt dan blijven werken, is een falend systeem. Ik diende daarom een wetsvoorstel in om voor het overlevingspensioen de inkomensgrenzen te verhogen, het proces te vergemakkelijken en de werkloosheidsval te vermijden.

Geef zelfstandige moeders ook 15 weken moederschapsrust

We moeten ervoor zorgen dat de stelsels voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren, waartussen vandaag nog vaak verschillen bestaan, meer naar elkaar toegroeien en dat verder wordt ingezet op harmonisering.

Gezinnen wachten op hun extra week geboorteverlof

De Gezinsbarometer van de Gezinsbond maakt duidelijk hoe zwaar gezinnen het vandaag hebben: 7 op de 10 rekenen op hulp om alles rond te krijgen.  Die hulp is er niet altijd. Daarom zijn er maatregelen nodig om gezinnen meer ademruimte te geven, en werk en gezin beter te combineren.