Uitzonderlijke situaties vragen uitzonderlijke maatregelen. Ik heb met veel overtuiging meegewerkt aan een wet om zelfstandigen die hun zaak sluiten omwille van het coronavirus een uitkering te geven van 1.291 of 1.614 euro (met gezinslast). Dat is niet alleen voor gedwongen sluitingen, maar evengoed voor de garagist, kinesist, broodjeszaak of krantenwinkel die haast geen klanten meer heeft of zelf in quarantaine gaat om voor een ziek familielid te zorgen. 

Lees hier het artikel op HLN.be. 

Lees hier mijn volledige tussenkomst:

De snelle verspreiding van het Coronavirus zette ons aan  tot het nemen van drastische maatregelen. In het belang van de volksgezondheid werden lessen geschorst,  werd de toegang van bezoekers ontzegd in woon-en zorgcentra, werden dagverzorgingscentra, dienstencentra, vrijetijdsinfrastructuur, cafés, restaurants en handelszaken die geen voedingsmiddelen of geneesmiddelen verkopen gesloten.

Het hoeft niet gezegd dat dit naast een enorme impact op het sociaal leven, ook een gigantische impact heeft op het economische leven en op de inkomsten van zelfstandigen die hun zaak moeten sluiten en op zelfstandigen die omwille van de maatregelen een minder grote afname van hun producten/diensten kennen.

Uitzonderlijke situaties vragen uitzonderlijke maatregelen.  Daarom nemen we maatregelen om het leed een beetje te verzachten. Er werden vanuit de regering reeds meerdere maatregelen genomen m.b.t. technische werkloosheid, betalingsplannen voor sociale werkgeversbijdragen, BTW, bedrijfsvoorheffing en personen- en vennootschapsbelasting en uitstel of vrijstelling van betaling van sociale bijdragen voor zelfstandigen.

Nu ligt een wetsvoorstel ter goedkeuring voor dat voorziet in een versoepeling van het overbruggingsrecht voor zelfstandigen, zeg maar een soort vervangingsinkomen voor zelfstandigen.

Voor de kalendermaanden maart en april wordt de toekenning van de financiële uitkering van het overbruggingsrecht gegarandeerd aan elke zelfstandige die gedwongen wordt zijn activiteiten te onderbreken ten gevolge van COVID-19. Het gaat om de volgende gevallen:

  1. de zelfstandige die zijn activiteiten verplicht moet onderbreken in toepassing van het besluit van 13 maart 2020 en alle navolgende besluiten, dus ook het meest recente van 18 maart dat nog strengere maatregelen invoerde. Voorbeelden hiervan zijn alle zaken die niet tot de essentiële diensten behoren, zoals cafés, restaurants, kledingzaken, …

 

  1. de zelfstandige die zijn zaak  niet verplicht moet sluiten maar zijn activiteit toch volledig moet onderbreken omwille van COVID-19 gedurende een minimumduur van 7 dagen. Voorbeelden hiervan zijn de zelfstandige die in quarantaine geplaatst wordt omdat hijzelf of zijn familielid ziek is,  evenals de zelfstandigen die onderbreken ten gevolge van een bijna volledige afname van de activiteit (productieketen die wordt stopgezet wegens gebrek aan onderdelen, grondstoffen of werkkrachten) dat kan gaan over een garagist, maar evengoed een kinesist of krantenwinkel die in principe wel open mogen blijven, maar zo goed als geen klanten meer hebben.

Voor al deze gevallen wordt een volledige maandelijkse uitkering voorzien van 1.291,69 euro zonder gezinslast en 1.614,10 euro met gezinslast, ook al moet men niet een hele maand onderbreken.

Bovendien wordt daarbij geen rekening gehouden met financiële uitkeringen die reeds in het verleden werden genoten in het kader van het overbruggingsrecht. Dus wie reeds in het verleden zijn rechten op het overbruggingsrecht heeft uitgeput, kan toch nog genieten van deze versoepeling. Deze rechten in het kader van Corona zullen ook niet in rekening genomen worden voor de maximale duur (afhankelijk van het geval 12 maanden of 24 maanden) van het overbruggingskrediet waarop men in normale tijden recht heeft (ze komen dus bovenop die maximumduur).

Ook zelfstandigen die nog geen vier kwartelen zelfstandige in hoofdberoep zijn of nog geen vier kwartaalbijdragen effectief betaald hebben, komen in aanmerking voor deze maatregel.

Deze maatregel is van toepassing op onderbrekingen van 1 maart 2020 tot en met 30 april 2020. De regering kan de maatregel nog verlengen indien nodig.

Naast deze uitzonderlijke versoepeling n.a.v. het coronavirus die tijdelijk is, wordt ook voorzien in een permanente versoepeling van het overbruggingsrecht dus voor sluitingen die niets met het coronavirus te maken hebben. Nu kan een zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit moet schorsen wegens een reden buiten zijn wil om rekenen op een financiële uitkering, maar pas vanaf de eerste dag na de maand volgend op de schorsing van de zelfstandige activiteit. Dit voorstel maakt het mogelijk om ook al een uitkering te krijgen vanaf het moment dat de zelfstandige activiteit minstens 7 dagen wordt geschorst. Dit zorgt ervoor dat een zelfstandige die tijdelijk een korte periode moet sluiten toch een financiële tegemoetkoming kan krijgen.

Wij zijn uiteraard voorstander van deze versoepelde regeling waarbij we wat extra ondersteuning kunnen bieden aan zelfstandigen die omwille van de Coronacrisis inkomsten missen. We verwachten van elke burger in ons land de nodige verantwoordelijkheidszin in het belang van ons aller gezondheid. Toch zijn we niet blind voor de economische gevolgen die dit alles heeft voor mensen die hun beroep niet meer kunnen uitoefenen en willen we hen daarin ondersteunen met passende maatregelen.

19-03-2020

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.