Tijdens de plenaire vergadering bevroeg ik de minister van Overheidsbedrijven en Telecommunicatie, Petra De Sutter i.v.m. de illegale tewerkstellingen op de werven van onderaannemers van Proximus.

Bijna overal, bijna in alle straten zijn er werken bezig om ons te voorzien van glasvezelnetwerken door Proximus. Vandaag lezen we echter in de krant dat dat gebeurt met arbeiders die helemaal geen bescherming genieten, zoals zwartwerkers, maar ze werken even goed bij vriestemperaturen, tien tot twaalf uur per dag, zes dagen per week, zonder mogelijkheid om zich even te verwarmen aan een werfkeet, zonder toiletten, tegen veel te lage lonen. Dat gebeurt allemaal onder onze neus, dus in onze straten.

Voor cd&v is dat onaanvaardbaar. Voor een welvarend land zoals het onze is dat echt een regelrechte schande. De reden daarvoor is het ondoorzichtig kluwen van een honderdtal onderaannemers waarvan velen al eerder tegen de lamp liepen omdat ze de regels aan hun laars lapten. Toch blijft het gebeuren. Ik wil alvast een pluim geven aan de Sociale Inspectie, die dit aan het licht bracht. Het menselijk leed is er echter wel.

Wie Proximus vandaag op zijn verantwoordelijkheden probeert te wijzen, wordt doorverwezen naar de onderaannemer van de onderaannemer van de onderaannemer van Proximus. Dat is natuurlijk al te gemakkelijk. Proximus gedraagt zich als een privébedrijf in een land waar geen wetten gelden, alsof er helemaal geen controle meer mogelijk is op Proximus. Dat is nochtans een bedrijf waarvan de meerderheid in handen is van de overheid, en dus ook een bedrijf dat onder uw bevoegdheid en uw verantwoordelijkheid valt.

Ik vroeg de minister, hoe zij ervoor zal zorgen dat zulke mensonterende situaties niet meer zullen gebeuren bij Proximus, maar evenzeer ook niet meer bij andere overheidsbedrijven, zoals bpost.

Klik hier om mijn volledige vraag en het antwoord van de minister na te lezen. (pagina 14-18)

Klik hier om een deel van mijn tussenkomst te bekijken.