Facebook  Twitter  Linkedin  RSS  Sitemap Zoeken Afdrukken

Artikel

20-07-2012 (08:43)

Allochtoon: we moeten van dat woord af

 

Bijna tien jaar heeft ze er mee voor gevochten. Deze week was het zover: de paarse snel-Belgwet werd grondig hervormd. Kamerlid Nahima Lanjri (CD&V) over haar stad, haar partij, en haar maatschappijvisie als allochtone ervaringsdeskundige. 'Ik vind dat er streefcijfers moeten komen.'

 

Haar beslissing viel in november 1991, op Zwarte Zondag. 'Ik was 23 jaar oud en gaf nog les', vertelt ze. 'En ineens was daar die enorme overwinning van het Vlaams Blok. Toen dacht ik: nee, dit kan niet. Het maakte mij boos, verontwaardigd. Vooral omdat er nooit mét ons, alleen maar óver ons gepraat werd. Toen heb ik beslist om mij te engageren, om in de politiek te gaan.' Vandaag is Nahima Lanjri (44) een gevestigde waarde. Ze zit al achttien jaar voor CD&V in de Antwerpse gemeenteraad en sinds 2003 in het federale parlement. Toen de huidige regering werd samengesteld, circuleerde haar naam als mogelijke staatssecretaris voor Asiel en Migratie.

 

'Ik was vast in de running', knikt ze. 'Maar er zijn nu eenmaal zoveel factoren die meespelen. Ik vind dat CD&V een vrouwelijke minister of staatssecretaris had moeten kiezen. Maar dat zeg ik los van mijn eigen persoon. Ik vind het even verdienstelijk om een goed parlementslid te zijn. De lovende commentaren deze week hebben mij ook goed gedaan.'

 

Die lovende commentaren kreeg ze voor de nieuwe nationaliteitswet die woensdag werd goedgekeurd, een dossier waar ze al bijna tien jaar mee haar schouders onder zet. 'Toen ik in 2003 in het parlement kwam, heb ik, samen met Jo Vandeurzen, meteen een voorstel ingediend om de paarse snel-Belgwet strenger te maken', zegt ze. 'Die wet was in 2000 wisselgeld voor de PS, omdat de VLD geen algemeen migrantenstemrecht wilde invoeren. Er was geen enkele integratievoorwaarde aan verbonden.'

 

Hoeveel Belgen zijn er sinds 2000 bij gekomen?

 

'Meer dan een half miljoen. En dat zijn uiteraard niet allemaal fraudeurs, maar het is goed dat we nu strengere criteria hebben voor nieuwkomers. Wie als vluchteling of via gezinshereniging naar hier gekomen is, moet vijf jaar in het land zijn, anderhalf jaar gewerkt hebben, een inburgeringscursus volgen en de taal spreken. En een landstaal volstaat niet meer. Een Congolees in Antwerpen moet behalve Frans óók Nederlands spreken.'

 

Is de wet niet in het nadeel van vrouwen die deeltijds werken?

 

'Ook die kunnen in vijf jaar tijd anderhalf jaar gewerkt hebben. En de verplichte inburgeringscursus is vooral voor vrouwen een goede zaak. Toen mijn eigen moeder in 1965 naar België kwam, heeft niemand haar de weg gewezen. Ze heeft wel altijd gewerkt, en gaandeweg ook Nederlands geleerd. Maar ik ben blij dat er nu een aanbod is voor nieuwkomers. In Antwerpen was dat mijn eerste realisatie als gemeenteraadslid. Als een vrouw van haar man zo'n cursus niet mag volgen, is zij gebaat bij een verplichting.'


Wat verwacht u van de wet?

 

'We hadden de meest soepele wet in Europa, en we scoren niet zo denderend op het vlak van integratie en participatie. Dat zal nu beter kunnen. Het aantal mensen van vreemde origine dat werk heeft, ligt nog altijd veel te laag. Door voorwaarden te koppelen aan het verkrijgen van onze nationaliteit stimuleren wij mensen die een duwtje in de rug nodig hebben om de taal te leren of een job te zoeken.'

 

Hebben werkgevers ook geen duwtje in de rug nodig, om allochtone mensen jobs te geven?

 

'Ja, daarvoor heb ik ook wetsvoorstellen ingediend. Het is een verhaal van rechten en plichten. Met verplichte inburgeringscursussen los je het probleem van de discriminatie nog niet op. En die discriminatie bestaat. Ik heb dat zelf nog ondervonden toen ik voor mijn nicht een appartement zocht. En als je een job zoekt, maakt het een groot verschil of je Jan of Mohammed heet. Daarom moeten we diversiteitsplannen in bedrijven blijven aanmoedigen.'

 

Volstaat dat, aanmoedigen?

 

'We moeten streefcijfers invoeren. Maar eerst moeten we bedrijven verplichten om te meten hoeveel mensen van vreemde origine ze in dienst hebben. Ik heb daarvoor twee jaar geleden al een wetsvoorstel ingediend, waar ik verder aan wil werken. Vandaag verplichten we bedrijven al om bepaalde gegevens op te nemen in hun sociale balans. De diversiteit van het personeel hoort daar ook bij. Meten is weten. Afhankelijk van de sector en streek kunnen we dan beoordelen of een bedrijf extra inspanningen moet doen.'

 

Wat is het verschil met quota?

 

'Als een bedrijf quota moet halen, gaat het misschien mensen in dienst moeten nemen die niet geschikt zijn voor de job. Bij streefcijfers kunnen er goede redenen zijn waarom je die niet haalt. De overheid moet het goede voorbeeld geven. Ook dát heb ik in Antwerpen meer dan tien jaar geleden als eerste aangekaart. En het percentage allochtone werknemers bij de stad is toch gestegen van één tot elf procent.'

 

Is dat genoeg?

 

'Nee. Vandaag is al meer dan dertig procent van de Antwerpse bevolking van allochtone afkomst, dus dat cijfer moet omhoog. Belangrijk is ook dat ze op verschillende diensten werken, en niet allemaal bij de kuisploegen. Al moet er ook gewerkt worden aan de leerachterstand en de schooluitval van allochtone jongeren. Er zijn nog altijd veel te veel schoolverlaters zonder diploma.'

 

Hoe komt dat?

 

'Soms kan een school compenseren wat een kind thuis niet krijgt. Maar als de situatie op beide fronten slecht is, geraakt een leerling er nooit. Ik weet maar al te goed hoe belangrijk een school is. Mijn ouders waren allebei ongeschoold en konden mij niet helpen bij mijn huiswerk. Na de lagere school had het PMS mij doorverwezen naar de afdeling Snit en Naad. Het is dankzij een aantal leerkrachten, die zagen dat ik tot meer in staat was, dat ik secretariaat talen heb gestudeerd.'

 

Dat geluk heeft niet iedereen.

 

'Nee, maar voor een stuk heb je het ook zelf in handen. Dat zeg ik altijd als ik ga spreken in scholen. Na de middelbare school mocht ik van mijn ouders niet verder studeren, zij vonden het al genoeg dat ik een diploma had. Toch ben ik mij gaan inschrijven aan de Tolkenschool, achter de rug van mijn ouders. Je moet je eigen lot in handen nemen. En ouders moeten hun kinderen stimuleren. Want dat kan ik niet aanvaarden: dat mensen die hier geboren zijn, hun kinderen hetzelfde hindernissenparcours laten afleggen dat zij hebben afgelegd.'

 

Doordat ze een partner halen in het land van herkomst?

 

'Bijvoorbeeld. Doordat veel jongeren trouwen met iemand uit het land van hun ouders, moet het integratieproces telkens opnieuw beginnen. Ook in de derde en vierde generatie. Dat is niet altijd een probleem, er zijn ook hoog opgeleide mensen die als bruid of bruidegom naar hier komen. Maar vaak gaat het om mensen zonder opleiding, die onze taal niet spreken. En die hun kinderen niet kunnen helpen bij hun schoolwerk.'

 

U hebt ook meegeholpen aan de strengere wet op gezinshereniging.

 

'Dat klopt, het ging zelfs om mijn voorstel. Iedereen heeft het recht om te trouwen met zijn of haar geliefde. Maar ook daaraan mogen we voorwaarden koppelen. Als je iemand naar hier haalt, moet je die persoon een toekomst kunnen geven. Je mag dus niet afhankelijk zijn van het OCMW, zodat je je partner niet meteen in de miserie dropt. En de gezinshereniging blijft nu beperkt tot het kerngezin. Op vraag van mensen in de allochtone gemeenschap zelf.'

 

Niet iedereen haalt graag zijn ouders in huis.

 

'In bepaalde tradities is het not done om te zeggen dat je geen plaats hebt. En stel u maar eens voor dat uw ouders of schoonouders bij u komen wonen. Zeker voor de vrouwen is dat vaak een groot probleem, omdat van hen verwacht wordt dat ze voor iedereen zorgen. Dat leidt tot spanningen, soms tot echtscheidingen. En het gebeurt ook dat ouders of schoonouders bij het OCMW terechtkomen. Zulke misbruiken hebben we met die strengere wet willen aanpakken.'

 

Met als gevolg dat de wetgeving vandaag strenger is voor Belgen dan voor EU-burgers.

 

'Er zijn nog verschillen, maar ik vind het belangrijk dat we dat signaal hebben gegeven. Als we willen dat iedereen deel uitmaakt van deze samenleving, moeten we de misbruiken aanpakken.'

 

Even tussen haakjes: wat vond u van de uitwijzing van Parwais Sangari naar Afghanistan?

 

'Niet-begeleide minderjarigen die niet terug kunnen naar hun land, kunnen na drie jaar een verblijfsvergunning krijgen. Parwais kwam daarvoor niet in aanmerking, omdat hij na minder dan drie jaar in ons land meerderjarig was. Misschien moeten we mensen in dat geval de toelating geven om hun studies af te ronden, zodat ze met meer bagage kunnen worden teruggestuurd, als dat uiteindelijk de beslissing is.'

 

U hebt zelf in een gedwongen huwelijk gezeten, klopt dat?

 

'Op mijn achttiende ben ik in Marokko uitgehuwelijkt aan een neef. Voor mijn ouders was dat een voorwaarde om mijn hogere studies te mogen verderzetten. Daarom heb ik toen ook de papieren getekend. Maar nog vóór hij naar België kwam, heb ik een punt achter die relatie gezet. Dat was niet eenvoudig. Maar uiteindelijk is het mij gelukt, ondanks de zware druk.'

Veel meisjes zullen die kracht niet hebben. 'Daarom wil ik het ook voor hen opnemen en ga ik mijn verhaal vertellen in scholen. Ik voel dat er veel pessimisme leeft bij de jongeren. Dat ze niet geloven dat ze hier kansen krijgen, dat ze denken dat ze toch worden uitgestoten. Dat ze niet geloven dat ze hun lot in eigen handen kunnen nemen. Maar dat kun je wél. Ik geloof dat we samen vooruit kunnen gaan. Al zijn we nog niet waar we moeten zijn. Het gaat nog altijd te veel over wij en zij, over autochtonen en allochtonen.'

 

Bent u dat woord, allochtoon, nog niet beu?

 

'Absoluut, we moeten daarvan af. Ik wil ook niet alleen op allochtone thema's worden aangesproken, al ben ik een ervaringsdeskundige. Maar ik ben vooral een gewone Vlaamse volksvertegenwoordigster. Ik begrijp dat je het woord 'allochtoon' blijft gebruiken om over beleid te praten, omdat je de dingen moet kunnen benoemen. Maar in de dagelijkse omgang moeten we ophouden met dat wij-zij-denken.'


Ziet u al beterschap?

 

'Het is nog een latrelatie. Maar ik blijf erin geloven, ik ben ervan overtuigd dat het beter kan. In Borgerhout, waar ik woon, is er een zeer positieve drive.'

 

In Borgerhout trekt u straks de districtslijst van CD&V. Maar in Antwerpen staat u niet op de Stadslijst, het kartel van SP.A en CD&V. Omdat u vindt dat CD&V ook daar apart had moeten opkomen?

 

'Mijn beslissing om na 18 jaar gemeenteraad nu de districtslijst te trekken, was al genomen voor ik wist dat er een Stadslijst kwam. Maar ik vind zo'n lijst inderdaad niet nodig. Ik had liever gezien dat CD&V ook in Antwerpen op eigen kracht opkwam. Maar de beslissing is nu genomen, voor mij is de bladzijde omgedraaid. Alleen maakt men het de kiezer straks wel erg ingewikkeld. In Antwerpen gaan SP.A en CD&V samen, en in een aantal districten komt SP.A op in kartel met Groen. Ik geloof nog altijd in CD&V, wij zijn geen socialisten.'

 

Heeft uw partijgenoot Rik Torfs gelijk als hij om ideologische vernieuwing vraagt?

 

'Rik heeft daar al grondig over nagedacht, maar denken volstaat niet. Hij moet ook iets doen, hij moet die vernieuwing in de partij mee helpen vorm geven. Ik vind ideologische vernieuwing trouwens niet nodig. Wij hebben een goed product. We moeten het alleen beter verkopen.'

 

Hoe zou u dat doen?

 

'CD&V is de partij van de vier v's: wij willen mensen versterken, verzorgen en verbinden. En wij willen vooruitzien.'

 

Dat klinkt nogal mistig, niet?

 

'Dat vind ik niet. Wij zijn nu eenmaal geen partij die in één slogan kan worden samengevat.'

 

Is er op lokaal niveau nog een verschil tussen de partijen?

 

'Zeker. Ik hoor de laatste jaren steeds vaker dat het Antwerpse stadsbestuur te betuttelend is. Wij willen het verenigingsleven ondersteunen. Socialisten hebben de neiging om plaatselijke initiatieven te laten overnemen door professionals.'

 

Wat vond u destijds van het hoofddoekenverbod van SP.A-burgemeester Patrick Janssens?

 

'Ik vond dat geen goed idee. Janssens schoot met een kanon op een mug, want de aanleiding voor zijn verbod was een probleem met twee meisjes in het districtshuis in Borgerhout. Dat had anders opgelost kunnen worden. Ik vind trouwens dat mensen ook kunnen worden opgevoed, zodat ze leren om een hoofddoek niet meer storend te vinden.'

 

Hebt u er ooit een gedragen?

 

'Nee, maar mijn twee zussen bijvoorbeeld wel. En dat is hun eigen keuze, want thuis was er totaal geen verplichting. Maar ik heb er geen probleem mee. De diversiteit van de samenleving neemt toe, en dus zien we steeds meer meisjes met een hoofddoek.'

 

U bent nu getrouwd met een niet-moslim. Was dat gemakkelijk?

 

'Nee, zowel voor mijn familie als voor die van mijn man lag dat aanvankelijk een beetje moeilijk. Ondertussen is dat geen enkel probleem meer.'

 

Snapt u de angst voor de islam?

'Sinds de aanslagen in New York associëren mensen de islam met de misbruiken ervan, en dat is niet terecht natuurlijk. Ook mensen zoals Fouad Belkacem van Sharia4Belgium doen de reputatie van de moslims geen goed.'

Is die Belkacem een marginale clown of een potentieel gevaar?

'Hij heeft geen grote aanhang, zeker niet. Maar omdat hij zo vaak in de media wordt opgevoerd, beginnen mensen op den duur te denken dat hij iets voorstelt. Wat niet het geval is. De meeste moslims veroordelen hem ook. Maar we mogen niet overdrijven met de manier waarop we op hem reageren. Al verdient hij zijn straf.'

 

Moet zijn nationaliteit worden afgepakt?

 

'In zijn geval kan dat niet eens. Voor zware misdrijven kan men iemands nationaliteit afnemen tot vijf jaar nadat de persoon in kwestie ze heeft verkregen. In het geval van terrorisme of gevaar voor de staat kan dat tot tien jaar na datum. Belkacem heeft al meer dan vijftien jaar de Belgische nationaliteit, dus we kunnen ze hem niet afnemen.'

Moeten we dat willen? Die man is hier geboren. Dat hij pas op zijn veertiende Belg werd, is toch louter een administratieve kwestie?

'Precies. Daarom heb ik ook aan minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open VLD) gevraagd waarom en hoe zij de nationaliteit van Belkacem zou afnemen. En daarop kon zij mij geen duidelijk antwoord geven.'

 

Hebt u de dubbele nationaliteit?

 

'Ja, maar net zoals de meeste mensen heb ik daar helemaal niet voor gekozen. Ook als je in het buitenland geboren wordt uit minstens één Marokkaanse ouder, blijf je voor de Marokkaanse overheid een Marokkaan. Ik ben dus in de hele wereld een Belg, behalve in Marokko. Als ik daar mijn Belgische paspoort toon aan de douane, zien ze meteen dat ik geregistreerd sta als Marokkaan.'

 

Heeft dat voordelen?

 

'Voor sommige mensen is dat nog interessant in verband met de erfenis, bijvoorbeeld. Maar in mijn geval heeft dat geen voordelen, nee. Ik beschouw het veeleer als een last. Daarom ben ik mijn dochter niet gaan aangeven bij het Marokkaanse consulaat. Ik wil haar die last besparen.'